Kennisbank / Begrippen
Begrippen uit de mengtechniek.
Korte uitleg van de woorden die u in de artikelen tegenkomt. Kies een letter of zoek een begrip.
A
- Afschuiving
-
De kracht waarmee lagen van een vloeistof langs elkaar worden getrokken. Veel afschuiving breekt klonten en druppels op.
- Agglomeraat
-
Een samenklontering van poederdeeltjes die nog niet nat of verdeeld zijn.
D
- Dispergeren
-
Vaste deeltjes of druppels fijn en gelijkmatig verdelen in een vloeistof.
Lees: mengen, dispergeren en homogeniseren - Draaikolk
-
De trechtervormige stroming die ontstaat als een roerder de vloeistof rond laat draaien. Een goede plek om poeder toe te voegen.
E
- Emulsie
-
Een mengsel van twee vloeistoffen die niet vanzelf mengen, zoals olie en water, waarbij de ene als druppels in de andere zit.
H
- Homogeniseren
-
Een product overal dezelfde samenstelling geven, vaak door druppels of deeltjes kleiner te maken.
R
- Roerwerk
-
De as met het roerorgaan die de vloeistof in een tank in beweging brengt.
- Rotor-stator
-
Een menger met een snel draaiende rotor in een vaste stator, die veel afschuiving geeft.
S
- Suspensie
-
Vaste deeltjes die in een vloeistof verdeeld zijn, maar niet oplossen.
T
- Thixotroop
-
Een product dat dunner wordt naarmate u het langer roert, en in rust weer dikker wordt.
V
- Viscositeit
-
De stroperigheid van een vloeistof: hoeveel weerstand het product biedt tegen stromen.
Lees: wat is viscositeit